Opvliegers, vermoeidheid, minder zin in seks: de mannelijke overgang bestaat. Vooral buikige heren lopen risico, waarschuwt uroloog Cobi Reisman. Wat is eraan te doen?

Komt een man bij de dokter – laten we hem Rob noemen. Rob geeft de arts een klamme hand en steekt van wal: ‘Dokter, ik weet niet wat er met mij aan de hand is. Ik ben niet vooruit te branden, zelfs een wandeling met de hond is me al te veel. Ik heb nergens meer zin in. Zélfs niet in seks. Nu we het er toch over hebben: het kost me tegenwoordig moeite om een fatsoenlijke stijve te krijgen. En dan nog iets: ik zweet zo veel. ‘s Nachts word ik wakker en dan is mijn hoofd nat, mijn borst nat, de lakens nat. Ook overdag kan bij de minste inspanning het zweet van mijn voorhoofd en nek gutsen. Het lijken wel opvliegers, zei mijn vrouw laatst.’
De dokter kijkt nog eens goed naar Rob. Hij ziet een man van middelbare leeftijd. Het zweet parelt op zijn voorhoofd, zijn ogen staan vermoeid, onder het strak gespannen overhemd golft zijn buik over de broekriem.

Zou een huisarts bij dergelijke symptomen misschien aan een depressie denken, bij uroloog en seksuoloog Cobi Reisman (51) gaan andere alarmbellen rinkelen. Hij ziet ze de laatste jaren steeds vaker op zijn spreekuur: mannen met flink overgewicht die klagen over vermoeidheid, lusteloosheid, seksuele problemen, verlies aan libido, opvliegers. Klachten dus die sterk lijken op de typische kwalen van vrouwen in de overgang.

Is dat niet gek, een man met opvliegers?

Nee, zegt Reisman, dat is verklaarbaar, want bij zowel mannen als vrouwen wordt deze waslijst aan ongemakken veroorzaakt door een drastische afname van het geslachtshormoon. Duikelt bij alle vrouwen tijdens de overgang het vrouwelijke hormoon oestrogeen met een rotvaart naar beneden; bij sommige mannen kan na hun 45ste een ernstig tekort aan het mannelijk hormoon testosteron ontstaan. Soms door ziekte, vaker door een levensstijl met te weinig beweging en te veel eten, drinken en roken. Vooral mannen met een flinke bierbuik lopen extra risico. Zelf is de in Israël geboren specialist broodmager. Verontschuldigend lachje: ‘Maar ik rook, dus ik weet hoe moeilijk het is slechte gewoonten af te zweren.’

De mannelijke overgang bestaat dus echt.

‘Ja, voor een kleine groep mannen bij wie het testosteronniveau extreem snel achteruit holt, zou je inderdaad kunnen spreken van een andropauze, mannelijke overgang, penopauze, hoe je het ook wilt noemen. Wij noemen dit verschijnsel laat hypogonadisme. Dat betekent letterlijk: het onvoldoende functioneren van de geslachtsklieren op latere leeftijd. Dat gebeurt bij lang niet alle mannen, terwijl wel alle vrouwen vroeg of laat in de overgang komen. Bij hen daalt dan in relatief korte tijd – in vijf tot tien jaar – de hoeveelheid oestrogeen met meer dan 80 procent.’

Voor de meeste mannen dus geen afgebakende levensfase waarin ze last krijgen van opvliegers, stemmingswisselingen, een droge penis of huilbuien, die uiteindelijk leidt tot onvruchtbaarheid. De gemiddelde man mag dan tot op hoge leeftijd kinderen kunnen verwekken, ook bij hem is er wel degelijk sprake van een afname van het mannelijke hormoon testosteron.

Reisman: ‘Bij alle mannen daalt vanaf het 30ste levensjaar de testosteronspiegel met ongeveer 1 procent per jaar. Dat is een geleidelijke afname waarvan je niet veel merkt. Belangrijker is de hoeveelheid vrije testosteron: die neemt vanaf je 30ste met 1,5 procent per jaar af. Dat betekent dat als je 50 bent geworden, de hoeveelheid vrije testosteron met 30 procent is afgenomen. Alleen die vrije, ongebonden vorm is biologisch actief. Bij ongeveer een kwart van de mannen daalt de hoeveelheid vrije testosteron extreem. Soms tot een dramatisch laag niveau. Die mannen raken in de andropauze.’

En wat heeft levensstijl daarmee te maken?

‘Mannen met overgewicht en vooral mannen met een flinke buik lopen meer risico. Dat heeft te maken met de aard van het buikvet, ook wel visceraal vet genoemd. Anders dan bijvoorbeeld het vet rond je heupen, is visceraal vet hormonaal actief: met behulp van het aromatase-enzym dat zich in dat vet bevindt, wordt testosteron omgezet in het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Onder invloed van dat oestrogeen gaat de productie van testosteron nog meer omlaag, waardoor het probleem alleen maar verergert.’

Dikbuikige mannen lopen nog meer gevaren, zegt Reisman. Buikvet veroorzaakt namelijk ook een hoge bloeddruk, hoog cholesterol en diabetes. ‘Mannen die hieraan lijden hebben een grote kans op hart- en vaatziekten. En ze hebben drie keer zo vaak een gebrek aan testosteron. In de groep mannen met suikerziekte heeft zelfs 40 procent een tekort. Die ziekten tezamen worden ook wel de deadly quartet genoemd.’

Wat doet de andropauze met een man?

‘Wat het meest in het oog springt: minder goeie erecties en afnemend libido; geen zin in vrijen dus. Het hormoon zorgt bovendien voor sterke botten, bij een tekort loop je dus grotere kans op botbreuken. Je bent meer vermoeid en vaker ziek. Daarnaast is er een hoger risico op hart- en vaatziekten.’

Zo’n man, legt Reisman uit, kun je vergelijken met een patiënt die chemisch is gecastreerd door medicijnen tegen prostaatkanker. Bij beiden is de testosteronspiegel dramatisch naar beneden gedonderd. De top-drie van klachten bij de dikbuikige man én de prostaatkankerpatiënt: vermoeidheid, erectiestoornissen en opvliegers. ‘Van een actieve, prestatiegerichte kerel is hij veranderd in een lusteloos type dat in slaap valt in zijn stoel en niet vooruit te branden is. Een man met een krachteloos lijf zonder spieropbouw, zonder noemenswaardige baardgroei of ochtenderecties.’

Lopen alle dikkere mannen gevaar?

‘Bij een buikomvang van boven de 94 centimeter kom je in de gevarenzone. Je moet je echt zorgen gaan maken bij meer dan 102 centimeter.’

Wat zegt u tegen zo’n buikige man die de spreekkamer binnenkomt en zegt: ‘Dokter, ik krijg ‘m niet meer omhoog. Mijn vrouw klaagt dat we het nooit meer doen.’ Bent u streng tegen hem?

‘Zit hij in de gevarenzone, dan draai ik er niet omheen. Ik vertel hem over de risico’s en ik zeg waar het op staat: dat hij meer moet bewegen en moet afvallen. Gemotiveerde mensen verwijs ik door naar de diëtist – mensen hebben vaak geen benul wat ze moeten eten – en naar de fysiotherapeut voor een bewegingsprogramma. En ik raad ze aan elke dag een half uurtje stevig te wandelen. Dat helpt al.’ Lachend: ‘Soms zeg ik: en als je ruzie hebt gemaakt met je vrouw loop je maar een extra rondje, blaas je meteen stoom af.’

Van Reisman hoeven ze niet naar de sportschool. ‘Probleem is namelijk dat je bij een te laag testosteron niet vooruit te branden bent. Een half uurtje lopen kost dan al te veel moeite. En al doe je nog zo je best in de sportschool: je kweekt geen spieren, want daar heb je juist testosteron voor nodig. Dat is frustrerend en demotiverend.’

Om de patiënt over die hobbel heen te helpen, geeft Reisman hem vaak wat extra testosteron in de vorm van hormoongel. ‘Verwacht niet meteen wonderen; het duurt zo’n twee weken voor het effect merkbaar is. Als je eenmaal gewicht verliest en ook blijft bewegen, heb je 30 procent kans dat het lichaam zelf weer het hormoon gaat aanmaken.’

Stel dat je wel hormoongel smeert, maar niet afvalt of beweegt. Wat gebeurt er dan?

‘Alleen gel smeren is niet voldoende. Als je beweegt, als je lekker in je vel zit, als je seks hebt, stijgt je hormoonspiegel. Kortom, het gaat om de wisselwerking.’Mannen die bij hem komen met de vraag: ‘Dokter, ik heb zo weinig zin in vrijen, kan ik niet wat testosteron krijgen?’, moet hij teleurstellen.

‘Testosteron alleen is niet zaligmakend. Bij de mens wordt zin in seks voor 30 procent bepaald door hormonen en voor 70 procent door de randvoorwaarden, heeft hersenonderzoek uitgewezen. Ja, óók mannen worden niet alleen gedefinieerd door hormonen. Belangrijker is of je je partner aantrekkelijk vindt, of er sprake is van intimiteit, of je nieuwsgierig bent, openstaat voor variatie in bed. Heb je een leuke, levendige, goeie relatie waarin wordt gecommuniceerd? Met andere woorden: je kunt nog zoveel testosteron smeren, maar als ondertussen de ruzies thuis doorgaan, raak je niet opgewonden.’

Gaan veel mannen na behandeling weer huppelend door het leven?

‘Ik heb geen wetenschappelijk onderbouwde cijfers, maar ik denk dat bij 70 procent de klachten verminderen na behandeling en aanpassing van hun levensstijl. Een instant-oplossing bestaat niet. Natuurlijk, we kunnen testosteron geven, de bloeddruk verlagen met bloeddrukverlagers, de cholesterol met statines. Maar van sommige plaspillen en statines krijg je seksuele problemen – en dan is het cirkeltje weer rond. Gedragsverandering is het enige wat écht werkt. Ze moeten zelf aan de slag, ik kan moeilijk voor mijn patiënten gaan hardlopen. Daar houdt mijn taak op. Ik kan het paard water brengen, maar ik kan het paard niet verplichten te drinken.’

Auteur: José Rozenbroek – Bron: www.volkskrant.nl

Neem contact met ons op 026 389 1753

Blijf op de hoogte en schrijf u in voor de nieuwsbrief