Waarom krijgen mannen niet standaard een PSA test om prostaatkanker op te sporen? Het is toch een eenvoudige bloedtest. Waarom zit het dan niet in het bevolkingsonderzoek? vraagt een van onze lezers zich af. Prof.dr. Frans Debruyne geeft antwoord op deze ‘vraag van de maand’.

PSA testen van het bloed

Alhoewel de psa test zelf een eenvoudige bloedtest is, is de uitslag van deze test een stuk ingewikkelder. PSA is momenteel de belangrijkste indicator in het bloed om prostaatkanker op te sporen. Maar de PSA waarde kan ook stijgen door prostaatontsteking of (goedaardige) prostaatvergroting. En als er wel prostaatkanker wordt gevonden is het afhankelijk van het type tumor of behandeling noodzakelijk is. Daardoor bestaat een risico op onnodige behandeling, of ten minste op onnodige ongerustheid.

Minder sterfte door bevolkingsonderzoek?

Prostaatkanker screening met PSA (prostaat specifiek antigeen), een bloedtest die bij verhoging op prostaatkanker zou kunnen wijzen, blijft een zeer controversieel onderwerp. De centrale vraag hierbij is of vroegtijdig opsporen van prostaatkanker door een systematisch bevolkingsonderzoek de sterfte aan prostaatkanker kan terugdringen. Prostaatkanker is immers de meest voorkomende kanker bij de (ouder wordende) man en daarom een belangrijke doodsoorzaak aan kanker bij de getroffen mannen.

Tegenstrijdige onderzoeksresultaten

Of sterfte door prostaatkanker daalt door een bevolkingsonderzoek blijft onduidelijk, ondanks vele jaren onderzoek. Er is mogelijk een voordeel zoals aangetoond door de ERSPC (European Randomized Study of Screening for Prostate Cancer) studie maar dat wordt dan weer tegengesproken door de The Prostate, Lung, Colorectal, and Ovarian (PLCO) Cancer Screening Trial. Duidelijk is wel dat routine screening voor prostaatkanker een groot risico meebrengt van zowel over-diagnose en over-behandeling van prostaatkanker met alle negatieve gevolgen vandien voor de patiënt.

Huidige richtlijnen: alleen risicogroepen of na “informed consent”

Deze onzekerheid is ook terug te vinden in de richtlijnen van de diverse wetenschappelijke organisaties wereldwijd. De algemene consensus is nu dat screening alleen aan te bevelen is bij risicogroepen voor het ontwikkelen van prostaatkanker en daarbuiten bij mannen die na uitvoerige toelichting van alle voor en nadelen zelf besluiten (zogenaamd “informed consent” – afgewogen beslissing) een PSA test te ondergaan. Maar wat zijn risicogroepen? En hoe komt men het best tot een afgewogen beslissing?

Wat zijn risicogroepen?

De risicogroepen worden langzaam duidelijker: mannen met etnisch een Afrikaanse oorsprong en mannen met prostaatkanker in de familie. Mannen uit deze groepen zouden voordeel halen uit een systematische PSA screening.

Etnisch een Afrikaanse oorsprong

Mannen met etnisch een Afrikaanse oorsprong hebben een groter risico op prostaatkanker vergeleken met blanken. Zo sterven in de VS meer dan tweemaal zoveel mannen van Afrikaanse oorsprong aan prostaatkanker vergeleken met Kaukasische (blanke) mannen: 39,9 % versus 18,2%.

Prostaatkanker in de familie

Ook een familiegeschiedenis van prostaatkanker is een belangrijke risicofactor. De kans op het ontwikkelen van prostaatkanker bij een positieve familiegeschiedenis is duidelijk groter evenals de overlijdenskans eraan. Wanneer mannen met een familiegeschiedenis van prostaatkanker systematisch worden gescreend zou het grotere overlijdensrisico verdwijnen (Abdel-Rahman 2019). Bij ongeveer 10% van alle mannen komt prostaatkanker in de familie voor.

Op eigen verzoek na een “informed consent”

Hoe een afgewogen beslissing (informed consent) het best tot stand komt blijft nog onduidelijk. Is voorlichting van de specialist voldoende? Of kan de betreffende man hierbij gebruik maken van allerhande hulp- en keuzemiddelen? Recent is in JAMA (Journal of the American Medical Association) een studie verschenen (Riikonen et al. 2019) waarin aangetoond wordt dat alle voorhanden zijnde keuzehulpmiddelen eigenlijk de patiënt niet of nauwelijks van dienst zijn. Hierdoor wordt het informed consent principe, aanbevolen door alle internationale urologenverenigingen – en dus ook door de Nederlandse Vereniging voor Urologie – enigzins op losse schroeven gezet.

Wat is nu dan de beste boodschap voor mannen?

Hoe krijgen we de mortaliteitscijfers aan prostaatkanker naar beneden? Het betreft in Nederland toch nog jaarlijks bijna 3000 mannen. Dit kan door optimaal gebruik te maken de praktische uitwerking van de voorhanden zijnde wetenschappelijke en ook klinische kennis.

Risicogroepen: actief PSA waarde volgen

Dit betekent het jaarlijks bepalen van PSA vanaf de leeftijd van 45 – 50 jaar bij alle mannen met een familiegeschiedenis van prostaatkanker en bij alle mannen met etnisch een Afrikaanse oorsprong.

Niet in risicogroep: op eigen verzoek na “informed consent”

Voor een man na een “informed consent” verzoekt om een PSA test, kan een PSA uitgangswaarde rond de leeftijd van ongeveer 50 jaar zeer richtinggevend zijn. Is deze waarde lager dan1,5ng/ml dan kunnen verdere PSA bepalingen de eerstkomende 10 tot zelf 15 jaar achterwege blijven omdat de kans op de ontwikkeling van een significante prostaatkanker in die periode praktisch afwezig is.

Bij Andros

Bij Andros passen we dit reeds meerdere jaren toe. Met deze toepassing in combinatie met onze uitgebreide voorlichting over PSA en onze precisiediagnostiek (waarbij met MRI prostaatscans 50% van de biopsies kunnen worden voorkomen) streven we naar een juiste diagnostiek zonder risico’s van over-diagnose en over-behandeling.

Lees verder over PSA waarde >

Heeft u een idee voor ‘vraag van de maand’?

Heeft u een vraag die ‘vraag van de maand’ zou kunnen zijn? Bijvoorbeeld over plasklachten, prostaat, erectie, testosteron of prostaatkanker? Mail uw vraag aan onze redactie via info@andros.nl onder vermelding van ‘vraag van de maand’. De ‘vraag van de maand’ wordt anoniem gepubliceerd.

Neem contact met ons op 026 389 1753

Blijf op de hoogte en schrijf u in voor de nieuwsbrief