Bespreken mannen prostaatklachten met hun partner? Libelle schreef er een artikel over

21 januari 2026

Bespreken mannen klachten en zorgen over de gezondheid met hun partner? Worden prostaatklachten of zorgen over prostaatkanker ook besproken? Vindt hun partner dat ze eerder naar de dokter moeten? Weet hun partner meer over prostaatklachten en prostaatkanker dan de mannen zelf? Samen met het tijdschrift Libelle legden we vragen over de rol van de partner voor aan meer dan 1000 mannen. Bekijk het artikel dat Libelle hierover schreef.

Mannen gaan over het algemeen niet graag naar de dokter. Niet handig, want soms is er echt iets aan de hand. Er zijn mannen die altijd van het ergste uitgaan maar ook mannen die niks laten merken als ze ergens last van hebben. Die doorlopen met pijn en hun klachten bagatelliseren. Die niet lijken te beseffen dat er echt iets mis kan zijn. Of gewoon met geen stok naar de huisarts te krijgen zijn.

Over het tweede type man gaat dit artikel, want deze man loopt flinke gezondheidsrisico’s, zoals blijkt uit het verhaal van Lotte. ‘Mijn man slikte al een tijdje paracetamol omdat ie pijn had in zijn benen. Gaat wel over, dat hoort bij ouder worden, het zal wel artrose zijn, vond hij. Maar ik vertrouwde het niet, het duurde te lang. Na veel aandringen is hij naar de huisarts gegaan. Die vertrouwde het ook niet. Na allerlei onderzoeken bleek dat hij uitgezaaide prostaatkanker heeft. Nu is het afwachten hoe hij reageert op de behandeling. Hebben we samen nog wat tijd of moeten we ons instellen op het afscheid. Van het ene op het andere moment staat ons hele leven op zijn kop.’

‘Los ik zelf wel op’

De instelling ‘het is niet erg genoeg, ik los het zelf wel op’ heeft alles te maken met stoer doen en flink willen zijn. Ondanks alle emancipatie is het voor mannen nog altijd belangrijk om zich sterk te voelen. Menig man mag (van zichzelf) nog steeds niet huilen. Studies laten zien dat niet alleen mannen maar ook mensen die zichzelf als mannelijk zien (denk aan: vrouwen die graag stoer doen) verdragen meer pijn en gedurende langere tijd. De cultuur waarin mensen opgroeien doet daarbij een duit in het zakje. Als de omgeving vindt dat je flink moet zijn of geen emoties mag tonen, laat je ook pijn minder snel zien dat je pijn hebt. Dat beïnvloedt weer de manier waarop je pijn beleeft. En dat heeft weer gevolgen voor het doktersbezoek.

De meeste mannen lopen de deur bij de dokter dan ook niet echt plat, blijkt uit een enquête in opdracht van Andros Clinics in samenwerking met Libelle onder 1129 mannen boven de 30 jaar. 28,9 procent was het eens met de stelling ‘Ik ga liever een ochtend schoonmaken (badkamers poetsen, stofzuigen, etc.) dan dat ik een huisarts bezoek’. 32,9 procent vult nog liever zijn belastingaangifte in dan naar de dokter te gaan.

De reden waarom mannen bij klachten niet meteen naar de huisarts gaan, is dat in 46 procent van de gevallen omdat ze menen dat die klachten niet erg genoeg zijn. Maar liefst 31,4 procent denkt dat ze het zelf wel kunnen oplossen, 14,1 procent stelt het bezoek aan de dokter uit omdat ze het te druk hebben en 13,9 procent is bang voor een slecht nieuws.

Partners

Partners zijn voor mannen erg belangrijk om gezondheidszaken te bespreken: 42 procent deelt vaak en 45 procent deelt soms klachten met zijn partner. Met vrienden, kennissen, collega’s of familie worden medische zorgen en klachten nauwelijks besproken. Duidelijk maken dat het niet ‘zwak’ is als hij pijn en ongemak laat zien, kan een eerste stap zijn om te helpen.

Door aan te dringen op een bezoek aan de huisarts of door alert te zijn op chronische moeheid of pijn, kunnen partners een belangrijke rol spelen bij de gezondheid van hun man. Dit geven de deelnemers aan het Andros-onderzoek ook aan. Zo is 57,7 procent van de mannen het eens met de stelling ‘Mijn partner vindt vaak eerder dan ik dat ik naar een huisarts moet gaan’ en 41,5 procent vindt het prettig ‘als mijn partner mij zou aanmoedigen om naar een huisarts te gaan’.

Plasklachten

Een onderzoek waar mannen nogal eens bange grapjes over maken is het inwendig onderzoek van de prostaat via de anus. Je zou daarom verwachten dat ze dit onderzoek zoveel mogelijk zouden vermijden. Voor een deel van hen klopt dat, maar bij plasklachten of andere klachten die met de prostaat te maken kunnen hebben, zijn mannen best bereid om naar de dokter te gaan. Met de stelling ‘Ik ga liever een ochtend schoonmaken dan dat ik een huisarts bezoek voor mijn prostaat’ is slechts 21,9 procent het eens. Ook blijkt dat ze informatie over de prostaat met interesse lezen (bijna 90 procent van de mannen leest artikelen online of in de krant over prostaat- en plasklachten, slechts 10,2 procent slaat ze liever over,)

Met prostaatklachten naar de dokter

Of ze vervolgens naar de huisarts stappen is maar de vraag. Ruim een derde van de mannen gaat bij prostaatklachten zonder uitstel naar de dokter. De rest geeft allerlei redenen op om niet te gaan. De top 3 van excuses: ‘Ik denk dat mijn klachten niet erg genoeg zijn’ (22,7 procent), ‘ik zie op tegen een lichamelijk onderzoek dat mogelijk via de anus gaat’ (21 procent), ‘ik zie er tegenop om eventueel een slechte uitslag te horen’ (17,6 procent).

Hierbij kan de partner weer een belangrijke rol vervullen. Mits deze weet dat er iets aan de hand is. Helaas bespreken mannen deze klachten niet graag: slechts 10,5 procent bespreekt ze met zijn partner en met andere mensen al helemaal niet. Wat je als partner kunt doen is het initiatief nemen. Signaleren dat je man of vriend wel erg vaak naar het toilet gaat bijvoorbeeld en dat aankaarten. Want 64,9 procent reageert positief op de stelling: ‘Als mijn partner zegt dat ik mijn prostaat moet laten onderzoeken, dan doe ik dat ook’. Overigens gaat het bij prostaatklachten meestal niet om kanker maar om een goedaardige vergroting van de prostaat. Die kennis kan helpen om hem over de drempel te duwen.
Het is dus belangrijk dat partners hun flinke mannen een beetje in de gaten houden en hem eventueel vriendelijk maar resoluut naar de dokter sturen. Zeker bij hart- en vaatziektes en kanker kan een vroegtijdige diagnose levens redden.

Mannen en bevolkingsonderzoek

Het bevolkingsonderzoek naar darmkanker wordt elke twee jaar aangeboden aan alle mannen en vrouwen van 55 tot 75 jaar. In 2023 deden 1.484.959 mensen mee aan het bevolkingsonderzoek. Het deelnamepercentage lag hoger bij vrouwen (70,3%) dan bij mannen (64,1%). Goed om te weten is dat vroege opsporing en behandeling het verschil kan maken tussen leven en dood, dus mannen: ga!

Bevolkingsonderzoek Prostaatkanker is er (nog) niet

Het is er nog niet, maar waarschijnlijk komt het er wel : een bevolkingsonderzoek om prostaatkanker vroegtijdig op te sporen door het PSA in het bloed te meten. PSA is de afkorting van Prostaat Specifiek Antigen, een stofje dat in de prostaat wordt gemaakt. Wanneer de de hoeveelheid PSA in het bloed stijgt, kan dit een vroeg signaal zijn van prostaatkanker, maar ook van een goedaardige vergroting of een ontsteking. Nader onderzoek is dan nodig om uitsluitsel te geven. Wat het ingewikkeld maakt, is dat er twee vormen van prostaatkanker zijn. Er is een agressieve vorm die op tijd gevonden moet worden omdat een genezende behandeling niet meer mogelijk is als de kanker eenmaal is uitgezaaid. Maar er is ook een niet agressieve vorm waarbij er meestal niet of niet meteen geopereerd of bestraald hoeft te worden.

Prostaat Zelftest: Hoe erg zijn mijn plasklachten?

Of doe de Risicocheck prostaatkanker

De cijfers in dit artikel zijn afkomstig van een enquête onder 1.129 mannen boven de 30 jaar door Panel Wizard in opdracht van Andros Clinics, waarbij vragen over de vrouwelijke partner in samenwerking met Libelle zijn gemaakt, bekijk onderzoek.

Laatste update: 21 januari 2026

Neem contact met ons op